Zo kunnen we een einde maken aan armoede

0
Simão Miguel

Simão Miguel

Geboren in Angola. Inmiddels woon ik al een tijd in Nederland en heb zowel een Angoleze als Nederlandse beleving. Met mijn eigen onderneming Nkonzo Media wil ik bijdragen aan ontwikkeling van de media en internet. De focus ligt op de verbetering van de verstoorde visie die bestaat over Afrika en haar mensen. Daarnaast vind ik het belangrijk om niet alleen consument maar ook producent te zijn van het internet-tijdperk.
Simão Miguel

Welkom in 2015, het jaar waar armoede nog steeds de realiteit is voor een groot deel van de wereldbevolking. Meer dan 3,5 miljard mensen leven met minder dan 5% van de globale welvaart. Dit jaar lopen de ontwikkelingsdoelen van de Verenigde Naties af. Het is deze grote organisatie niet gelukt om armoede voorgoed te bestrijden.

Tegelijkertijd hebben Afrikaanse landen de afgelopen 50 jaar meer dan $600 miljard aan donaties ontvangen. De Zambiaanse econome Dambisa Moyo, daarentegen, is van mening dat ontwikkelingshulp afgeschaft moet worden. Problemen worden in leven gehouden, omdat de focus in het bestrijden van symptomen ligt. De Ebola campagne waarin vorig jaar meer dan €10 miljoen werd ingezameld is om die reden niet constructief. Echte oplossingen hebben niet ons medelijden nodig, maar eerder onze intelligentie. Die begint door te beseffen dat welvaart en armoede bepaald zijn en ook te veranderen zijn door ons mensen. Iedere discussie die dit gegeven niet aan de kaak stelt is een afleiding. Public relations heeft voor veel verwarring gezorgd en problemen complexer doen lijken dan ze soms zijn. Wanneer je tegen een autochtone Nederlander zegt dat veel ellende in de wereld producten zijn van het kolonialisme en de slavernij, hoor je argumenten gefabriceerd door derden. Velen hebben nooit een boek erover geopend, maar denken wel een oordeel te kunnen vellen. Veel Afrikanen daarentegen bidden vol hoop tot geïmporteerde goden om hen te verlossen. Echter vergeten zij dat de islamitische en christelijke kennismaking met Afrika gepaard gingen met de meest gruwelijke vormen van geweld.

Het kolonialisme in Afrikaanse landen en de slavernij in Suriname en op de Antillen onthullen niet alleen het menselijk leed dat velen beangstigd. Deze twee zijden van dezelfde munt zijn het fundament geweest voor de westerse welvaart de afgelopen 4 à 5 eeuwen. De islamitische slavernij op haar beurt die de christelijke slavernij op meerdere fronten overtreft, is historisch onbelicht gebleven. Zonder het kolonialisme en de slavernij had de industriële revolutie in het Westen niet of pas later plaats gevonden. De technologische revolutie zou veel langer op zich laten wachten en van de huidige informatiesamenleving zou er geen sprake zijn. In de loop der tijd heeft het Westen een indrukwekkende materiële wereld gebouwd die miljoenen mensen en mijn ouders hebben getrokken. Het is een wereld van prachtige autowegen, vliegvelden, telecommunicatie, mode, voertuigen enzovoort. Al deze bouwstenen zijn ooit begonnen als grondstof. De zogenaamde ontwikkelde landen hebben niet zo een breed en rijk scala aan grondstoffen. De landen die als ontwikkelingslanden worden bestempeld hebben dat wel. De vraag is hoe het kan dat het relatief grondstof-arme Westen zo welvarend is geworden terwijl veel grondstof-rijke Afrikaanse landen armoedig zijn gebleven? Om concreet te zijn hoe kan het dat Europese schatkisten en centrale banken zoveel goud hebben? Of wat de herkomst is van het rijkdom in het Vaticaan? En hoe kan België wereldberoemd zijn om haar chocolade en diamanten?

Het ontbreken van die cruciale vragen op nationale platformen bewijst het succes van public relations. Het kolonialisme en de slavernij draaiden dus niet alleen om het vermoorden, verkrachten en het ontmenselijken van mensen wereldwijd. Het was een plan met religieuze, economische, sociale en politieke motieven waarin menselijk verlies voor lief werd genomen. Oude structuren werden vernietigd en koloniale en nog steeds bestaande structuren kwamen ervoor in de plaats. Een voorbeeld is het systeem van centrale banken dat beheerd wordt door Frankrijk. Al decennialang plundert de Franse overheid 15 Afrikaanse landen leeg. Verder werd cultureel erfgoed zoals traditionele geloofssystemen, talen, namen en andere culturele expressies gedemoniseerd en deels vervangen met die van de bezetter. In deze onderneming werden ook nieuwe afzetmarkten van consumenten en een grote arbeidskracht van onbetaalde arbeid gecreëerd. In het begin van de 20e eeuw werd België een grote speler in de handel van rubber, cacao en ivoor. De Belgen konden hun geluk niet op en voor het eerst kon de middenklasse een auto kopen. Maar aan de andere kant van de wereld stierven miljoenen Congolezen om dat comfort mogelijk te maken. Zolang wij collectief deze gruweldaden niet onder ogen zien, zullen wij ook niet begrijpen dat die systemen in andere vormen van ongelijkheid zijn blijven bestaan.

Op basis van diezelfde noties hebben westerse bedrijven massaal de productie uitbesteed aan lagelonenlanden. Die gedachtegoed leeft nog steeds in westerse bedrijven, instituten en heeft ook bij het volk haar sporen achter gelaten. Wij moeten ontsnappen uit deze conditionering en een leven inrichten zonder negatieve gevolgen voor andere medemensen. Willen wij Afrika en andere gebieden helpen moeten wij kritisch naar onszelf kijken. Het is naïef om te denken Afrika echt te kunnen helpen door een periode lang mensen te voeren of verzorgen. Het begint door de astronomische winsten van multinationals in twijfel te trekken of het aanpassen van het koloniale pact met Frankrijk of zelfs het reorganiseren van economische verhoudingen. Alle geldstromen moeten verantwoord kunnen worden en het beleid is toe aan verandering. Pas wanneer het handelen van deze organisaties onderwerp van internationale discussies wordt zullen wij constructief aan armoedebestrijding werken. Zolang dat niet gebeurt, zal iedere donatie een fractie zijn van de triljoenen dollars die op creatieve wijze jaar in en jaar uit worden gestolen. Geld waarvoor scholen, ziekenhuizen en een even indrukwekkende materiële wereld gebouwd kan worden. Zo niet dan blijven wij direct of indirect drinken uit de beker met Afrikaans bloed, terwijl wij genieten van de illusie van comfort. Essentieel hierin is dat wij armoede bestrijden met intelligentie, maar ook met het hart. De aarde heeft voldoende welvaart aan de hele wereldbevolking te bieden. Dat het niet zo is, betekent dat die wil er niet is. Armoede is geprogrammeerd en de keus is aan ons om niet mee te doen aan dit programma. Dit nieuwe denken is de basis waarmee wij dit decennium nog het einde van armoede kunnen verwezenlijken.

Yellah, deel a mattie