Zijn wieg stond in Nederland, maar Zouhair Mtazi groeide op in Marokko. Hier leerde hij ‘echte normen en waarden’ volgens zijn vader. Toen hij terug kwam in Nederland, had hij het zwaar: hij miste zijn vrienden en kende de taal niet. Hij raakte snel het verkeerde pad op, totdat hij zijn vriendin ontmoette. Hij veranderde koers en werkte hard. Op zijn 26e besefte hij dat acteren was wat hij wilde en zo meldde hij zich aan voor een amateur theatergezelschap. Hij stroomde door naar een semi-professionele groep, kreeg zijn eerste betaalde rol en is nu te zien in TV-programma’s als Penoza en Flikken Maastricht.

Op zijn derde verliet Zouhair Breda om met zijn twee broers en zus naar Marokko te gaan. Want normen en waarden leren kon niet in Nederland, zo baseerde zijn vader op het zien van Marokkaans-Nederlandse jongeren. Toen Zouhair op zijn elfde al acht jaar in Marokko woonde, ging zijn moeder met zijn zieke broer en zus terug naar Nederland. Opgetogen over een toekomst in het buitenland, zeurde hij sindsdien bij zijn vader om ook terug te gaan. Dat werkte en op dertienjarige leeftijd werd hij verwelkomd door de Nederlandse kou.

Zijn eerste jaren in Nederland waren moeilijker dan hij had gedacht. Zouhair miste zijn vrienden en sprak de taal niet. Gelukkig had hij zijn films: hij keek er zo’n twee per dag en probeerde de acteurs te kopiëren. Snel wist hij dat dit was wat hij wilde: acteren. Hij wist echter niet van het bestaan van theaterclubs of -opleidingen af, dus bleef het voornamelijk bij kijken en dromen. Hij kwam terecht op een speciale afdeling op het vmbo voor kinderen met een taalachterstand en binnen drie jaar was hij geaard. Hij miste de gezellige chaos op straat in Marokko, maar waardeerde de schone omgeving en vriendelijke mensen in Nederland.

Toch raakte hij op het verkeerde pad: hij spijbelde, rookte, dronk, deed mee aan inbraken en stal scooters. Hij stond nooitIMG_0227 echt achter zijn daden, maar toen hij een vriendin kreeg en daarmee ging samenwonen, stopte hij definitief met deze praktijken. Hij ging werken in een fabriek, maar stopte met zijn mbo-opleiding. Later pakte hij een kans om in één maand een diploma in de beveiliging te krijgen en zo ging hij jaren als beveiliger aan de slag. Rond zijn 26e besefte hij dat hij toch het liefst wilde acteren en zo sloot hij zich aan bij een amateurgezelschap in Amsterdam. Dat was zijn ingang tot het acteerwereldje en dit bracht hem bij een semi-professioneel gezelschap in Breda. Zijn eerste betaalde rol was die van een homoseksueel in de voorstelling ‘Vuurdansers’.

Bij wijze van uitzondering – hij was vier jaar ouder dan officieel toegestaan – werd hij aangenomen bij jeugdtheatergroep DOX. Na hun 1-jarige opleiding werkte hij mee aan producties van hen, the 48 hour film project en TV-programma’s zoals Penoza en Flikken Maastricht. Toch is hij het meest trots op de drie dagen in de week dat hij theaterworkshops geeft aan vmbo-jongeren, omdat hij voor hen de mentor kan zijn die hij nooit heeft gehad.

Vraag & Antwoord

Wordt acteren als beroep genoeg op waarde geschat volgens jou?
“Nee. De meeste mensen denken dat acteren erg makkelijk is en dat je via via wel aan een rol kan komen. Dat klopt niet. Om een goede acteur te zijn, moet je jezelf blijven ontwikkelen. Je moet je stem en emoties elke dag trainen. Als je een rol gaat spelen, moet je research doen naar dat personage en zorgen dat je je daarin kunt verplaatsen. Ook moet je als acteur sterker in je schoenen staan dan als je een ‘normale baan’ hebt, want je wordt veel vaker geweigerd. Bij een normale baan moet je alleen solliciteren als je werkloos bent of een andere baan wilt, als acteur moet je constant solliciteren in de vorm van audities. Bij de meeste audities wordt je geweigerd, niet alleen omdat je niet goed bent, maar vaak ook omdat ze gewoon iemand anders zoeken dan jij. Maar heel soms wordt je aangenomen.”

Je hebt je mbo nooit afgemaakt en nooit de toneelschool gedaan. Hoe belangrijk vind jij een opleiding?
“Heel belangrijk. Het maakt niet uit wat voor niveau je doet, ook al zeggen sommige mensen dat vmbo niets inhoudt. Als je daar iets kunt vinden dat je leuk vindt en vanuit daar kan groeien, is ‘the sky the limit’. Ik heb inderdaad mijn mbo niet afgemaakt en ook geen toneelschool gedaan, maar ik heb bij theatergroep DOX gewerkt met jongeren die dat wel hebben gedaan en ik heb gezien hoeveel je kan leren op bijvoorbeeld een toneelschool. Zo ken ik wat jongens met niet-Nederlandse roots die wel de toneelschool hebben gedaan, en zij praten nu zonder accent. Qua taal zou de toneelschool voor mij dus ook erg goed geweest zijn.”

Heb je in je loopbaan ooit last gehad van de negatieve reputatie van Marokkanen in Nederland?
“Ik heb het in elk geval nooit gemerkt, maar dat kwam ook omdat ik er niet mee bezig was. Later hoorde ik bijvoorbeeld wel dat er in Breda vaak veel te lage schooladviezen werden gegeven aan allochtonen, maar ik had dat toen niet in de gaten. Misschien had ik het wel gemerkt als ik er meer mee bezig was geweest, maar dan had het me tegen gehouden. Nu heb ik er meer last van. Als ik zie hoe de Marokkaans-Nederlandse jongeren van nu zich moeten verantwoorden tegenover de rest van de wereld, vraag ik me af hoe zij verder moeten in deze situatie. Zo hoorde ik laatst van mijn zus dat mijn neefje van zijn klasgenoot moest horen dat zijn naam – Mohammed – een naam van een terrorist is. Dat is toch verschrikkelijk?! Toen ik naar Nederland kwam, was het zo heftig niet. Toen werd ik alleen geweigerd met stappen.”

Wat kunnen we doen om de over het algemeen vervelende verstandhouding tussen Marokkanen en Nederlanders te verbeteren?
“Oordeel niet. Leer eerst een persoon kennen. Ik betrap mezelf er ook wel eens op dat ik snel een oordeel klaar heb, maar dat hebben meerdere mensen. Als mensen zich bewust zijn van het feit dat ze aan het oordelen zijn en zichzelf proberen te corrigeren, vind ik het niet erg. Maar als je bewust mensen aan het beoordelen bent, ben je voor mij slecht bezig. We moeten met zijn allen – niet alleen Nederlanders en Marokkanen – samenwerken om hieruit te komen. Dat kan alleen zonder elkaar te haten of elkaar in de weg te staan. Ik probeer wekelijks een mentor te zijn voor vmbo-jongeren in Utrecht door hun talent te herkennen en ze verder te helpen. Het zou al helpen als iedereen dit probeert met jongeren, van wat voor afkomst dan ook. Probeer ze op het goede pad te houden, geef ze adviezen en laat zien dat het niet werkt als je het verkeerde pad op gaat. Laten we elkaar gewoon helpen, daar ben je toch voor als gemeenschap?”

Wat is jouw tip aan ambitieuze lezers?
“Ga echt voor wat je wilt, geef nooit op. Heb discipline: ook al doe je nu iets dat je niet leuk vindt maar dat je nodig hebt om rond te komen of door te kunnen groeien, blijf dat doen. Ga ondertussen op zoek naar audities en groepen waar je terecht kunt. In Nederland hebben we enorm veel goede theateropleidingen, maar ik zou theatergroep DOX zeker aanraden, daar heb ik enorm veel geleerd.”


Niets missen? Like ons dan op facebook en volg ons op twitter.


Yellah, deel a mattie
Willemijn de Koning
Ze hobbelt tussen Rotterdam en Den Haag, is scherp, ad rem, verschrikkelijk nieuwsgierig, eigenwijs en vooral sociaal en professioneel. Met enthousiasme, oprechtheid en passie interviewt zij inspirerende allochtonen om dat weer met ons te delen. Willemijn is een mengelmoes, alleen zijn we er nog niet helemaal achter wat voor mengsel.